Begrippen

A
  • Aandelen

    Met een aandeel koopt de eigenaar in economische zin een stukje zeggenschap in een bedrijf. Naast deze zeggenschap geeft een aandeel ook recht op winstuitkering in de vorm van dividend. De waarde van een aandeel is afhankelijk van de onderliggende waarde van de onderneming. De prijs van een aandeel kan schommelen afhankelijk van de vraag naar aandelen van het desbetreffende bedrijf.

  • ABTN

    Afkorting voor Actuariële en Bedrijfstechnische Nota. In deze nota, ook wel het bedrijfsplan genoemd, geeft een pensioenfondsbestuur aan op basis van welk beleid het fonds wordt bestuurd. Het geeft de samenhang weer tussen de algemene bedrijfsvoering, het premiebeleid, beleggingsbeleid, beleid met betrekking tot de toeslagverlening, de risico’s van een pensioenfonds en de maatregelen die het fonds treft bij een (financiële) crisis. De ABTN is een ook een belangrijk document voor toezichthouder De Nederlandsche Bank.

  • Accounting standaarden

    Raamwerk van verslaggevingsregels voor het opstellen van een jaarrekening en jaarverslag. Met ingang van het verslagjaar 2005 moeten alle beursgenoteerde ondernemingen, banken en verzekeringsmaatschappijen hun geconsolideerde jaarrekening volledig inrichten op basis van International Accounting Standards (IAS), door de IAS Board omgedoopt in International Financial Reporting Standards (IFRS). Het doel van IFRS is om de transparantie en internationale vergelijkbaarheid van de externe financiële verslaggeving te verbeteren. Niet beursgenoteerde rechtspersonen hebben de keuze om of IFRS toe te passen, of de Nederlandse Richtlijnen voor de Jaarverslaggeving.

  • Actuariële grondslagen

    Dit zijn de veronderstellingen van de actuaris bij de vaststelling van de pensioenverplichtingen en de pensioenpremie. Bij de berekening maakt de actuaris gebruik van actuariële grondslagen zoals:

    - De rekenrente
    - De kansstelsels: sterftekansen, arbeidsongeschiktheids- en revalideringskansen, frequenties van gehuwd zijn, toekomstige salarisontwikkeling, indexatiebeleid
    - Kostenopslagen, zoals administratiekosten en/of uitbetalingskosten

  • Actuariële Principes Pensioenfondsen

    Door De Nederlandsche Bank verstrekte aanwijzingen die pensioenfondsen tot en met boekjaar 2006 in acht moesten nemen bij de financiële opzet van het fonds en bij de invulling die hier in de praktijk aan wordt gegeven. Deze principes zijn per 1 januari 2007 vervangen door het Financieel Toetsingskader (FTK).

  • Actuaris

    Een actuaris kan antwoord geven op de vraag wat de toekomst aan pensioenuitkeringen gaat kosten. De actuaris is bij uitstek degene de financiële risico’s op de agenda plaatst en adequate oplossingen bedenkt.

  • Actuele waarde

    De actuele waarde is voor beleggingen waarvoor dagelijks openbare prijzen worden vastgesteld, zoals aandelen en obligaties, de beurswaarde. Voor andere vastrentende waarden, zoals onderhandse leningen en hypotheken, wordt de actuele waarde benaderd als de contante waarde van de toekomstige nettokasstromen. Als actuele waarde van de beleggingen in vastgoedfondsen wordt de intrinsieke waarde gehanteerd. Voor direct onroerend goed wordt de taxatiewaarde als actuele waarde gehanteerd.

  • AFM

    Afkorting voor Autoriteit Financiële Markten. De AFM houdt –naast De Nederlandsche Bank (DNB)– toezicht op de financiële sector. Daaronder vallen ook pensioenfondsen. Het  AFM-toezicht richt zich vooral op de communicatie vanuit een pensioenfonds met de deelnemers.

  • ALM

    Afkorting voor Asset Liability Management. Dit is een studie die inzicht geeft in de mate waarin het fonds op de lange termijn aan zijn verplichtingen kan voldoen, rekening houdend met het beleid dat het fonds hanteert op onder meer het gebied van beleggingen, toeslagverlening en premievaststelling.

  • Anw

    Afkorting voor Algemene nabestaandenwet. Uitkering die je partner mogelijk krijgt van de overheid als je komt te overlijden.

  • AOW

    Afkorting voor Algemene Ouderdomswet. Op grond van deze wet ontvang je vanaf een bepaalde leeftijd een ouderdomspensioen van de overheid.

  • API (Algemene Pensioeninstelling)

    Een soort pensioenfonds dat grensoverschrijdend kan werken. Een API maakt het mogelijk om pensioenen die in het buitenland worden opgebouwd via een werkgever uit te voeren in één land in Europa. Een API is daarom met name interessant voor multinationale ondernemingen.

  • Arbeidsongeschiktheidspensioen

    Een uitkering van een pensioenfonds voor een werknemer die (volledig) arbeidsongeschikt is. Ons pensioenreglement kent geen arbeidsongeschiktheidspensioen.

  • Attestatie de vita

    Dit is een document waaruit blijkt dat je nog in leven bent.

B
  • Backservice

    Pensioenaanspraken (of de waarde ervan) die betrekking hebben op de achterliggende dienstjaren en die ontstaan door verandering in de pensioengrondslag, bijvoorbeeld door aanpassing van het salaris.

  • Beleggingsmix

    Verdeling van de beleggingen over verschillende categorieën (bijvoorbeeld aandelen, bedrijfsobligaties of staatsobligaties). Hiermee spreidt ons fonds het risico dat beleggingen meer of minder waard kunnen worden.

  • Beleidsdekkingsgraad

    Het gemiddelde van de actuele dekkingsgraden over de afgelopen 12 maanden.

  • Beleidsregel Uitbesteding Pensioenfondsen

    Voorschriften van De Nederlandsche Bank met betrekking tot de uitbesteding van activiteiten door de pensioenfondsen.

  • Benchmark

    Engels woord voor financiële ‘meetlat’: een ijkpunt, bijvoorbeeld een index of een bepaalde staatslening, waar­tegen de prestaties van een beleggingsportefeuille kunnen worden afgezet.

  • Beschikbaar premiesysteem

    Pensioensysteem waarbij het pensioen afhankelijk is van de beschikbare premie. De hoogte van de pensioenuitkering is mede afhankelijk van de aanvangsleeftijd van de deelnemer, het toekomstige salarisverloop en (vooral) van de rendementen op de ingelegde premie. Een beschikbare premieregeling wordt ook wel pensioenspaarregeling genoemd. Andere soorten pensioenregelingen zijn de eindloonregeling en de middelloonregeling.

  • Beschikbare premieregeling

    Een regeling voor de opbouw van pensioen. Je bouwt met een beschikbare premieregeling tijdens je loopbaan een kapitaal op. Met dit kapitaal moet je op pensioendatum een pensioen inkopen. De hoogte van je pensioen hangt af van de hoogte van het binnen de beschikbare premieregeling opgebouwde kapitaal.

  • Beurskoers

    Marktprijs van een aandeel, obligatie of andere waardepapieren.

  • Bijzonder partnerpensioen

    Een wettelijk recht op pensioen voor je ex-partner als je komt te overlijden.

C
  • CAO

    Afkorting voor Collectieve Arbeidsovereenkomst.

  • Code pensioenfondsen

    Deze code is de opvolger van ´de Principes voor goed pensioenfondsbestuur´. De Pensioenfederatie heeft samen met de Stichting van de Arbeid deze code opgesteld. De code bevat 83 normen voor goed pensioenfondsbestuur.

  • Compliance

    Toezicht op de naleving van wet- en regelgeving en de interne gedragsregels die een organisatie zichzelf heeft opgelegd. Ons fonds heeft hiervoor een Compliance Officer aangesteld.

  • Composite

    Samengestelde index of benchmark op basis van een combinatie van meerdere onderliggende indices en/of benchmarks.

  • Contante waarde

    De contante waarde op een bepaald moment van (een serie) betalingen in de toekomst, is het bedrag dat op dat moment aanwezig zou moeten zijn om, rekening houdend met renteaangroei (rekenrente) en eventuele andere actuariële grondslagen, deze toekomstige betalingen te kunnen verrichten.

  • Continuïteitsanalyse

    Een analyse om te beoordelen of het pensioenfonds de komende vijftien jaar (on-)aanvaardbare financiële risico’s loopt.

  • Conversie

    Bij conversie komt het pensioen voor je ex-partner helemaal los te staan van je eigen pensioen. Je krijgt dit recht niet meer terug, ook niet nadat je ex-partner overleden is.

  • Converteerbare obligatie

    Een obligatie die gedurende de looptijd kan worden omgewisseld (geconverteerd) in aandelen. Deze mogelijkheid is als een extraatje aan de obligatie meegegeven door de uitgever, teneinde de obligatie gemakkelijker te kunnen plaatsen.

  • Corporate Governance

    Stel regels of aanbevelingen die betrekking hebben op goed management van organisaties zoals private ondernemingen. Deze aanbevelingen kunnen uiteraard worden toegepast op pensioenfondsen in welk geval wordt gesproken over goed pensioenfondsbestuur.

  • CPI

    Afkorting voor Consumentenprijsindex. Dit is het percentage dat de gemiddelde prijsstijging in Nederland weergeeft in een bepaald kalenderjaar.

D
  • Deelnemer

    De werknemer die op grond van het pensioenreglement deelneemt aan het pensioenfonds.

  • DNB

    Afkorting voor De Nederlandsche Bank. DNB is toezichthouder op pensioenfondsen. DNB bewaakt onder andere het naleven van de Pensioenwet.

  • Duration

    Aanduiding van de koersgevoeligheid van vastrentende waarden als gevolg van veranderingen in de rentestand.

E
  • Effectentypisch gedragstoezicht

    Gedragstoezicht dat vooral betrekking heeft op de gedragingen van verantwoordelijke directies en besturen van financiële instellingen, zoals de naleving van gedragscodes, corporate governance e.d. Het gedragstoezicht wordt uitgeoefend door de Autoriteit Financiële Markten. Een ander onderwerp van aandacht van het gedragstoezicht is de consumentenbescherming. Effectentypisch gedragstoezicht onderscheidt zich van prudentieel toezicht dat wordt uitgeoefend door De Nederlandsche Bank.

  • Eindloonsysteem

    Pensioensysteem waarbij het pensioen afhankelijk is van de laatst geldende pensioengrondslag. Andere soorten pensioen­regelingen zijn de middelloonregeling en de beschikbare premieregeling (pensioenspaarregeling).

F
  • Feitelijke premie

    Periodieke betaling die de werkgever en werknemers verschuldigd zijn aan het pensioenfonds voor de financiering van de pensioenaanspraken.

  • FTK

    Afkorting voor Financieel Toetsings Kader. Regels over hoe pensioenfondsen de financiële aspecten van het pensioen mogen organiseren. Het betreft de financiële positie en het financiële beleid van een pensioenfonds.

  • Franchise

    Iedere Nederlander heeft recht op een AOW-pensioen van de overheid. Als je via je werkgever pensioen opbouwt moet hiermee rekening gehouden worden. Daarom bouw je via de pensioenregeling bij je werkgever niet over je volledige pensioengevend jaarsalaris pensioen op, maar wordt hierop een bedrag in mindering gebracht. Dit bedrag noemen we franchise.

  • FVP

    Afkorting voor Stichting Financiering Voortzetting Pensioenverzekering.

G
  • Gedempte kostendekkende premie

    Deze methode voor het berekenen van de kostendekkende premie wordt gebruikt om fluctuaties bij het vaststellen van de premie te voorkomen. Bij het toepassen van het FTK zal voor de vaststelling van de premie uitgegaan moeten worden van de marktrente. Omdat deze rente van jaar tot jaar anders kan zijn, zal ook de premie jaarlijks kunnen verschillen. Om nu te voorkomen dat de jaarlijkse premie (grote) fluctuaties vertoont, is het toegestaan om deze premie te dempen.

  • Gedragscode

    De gedragscode bevat voorschriften voor bestuurders en eventuele medewerkers van het pensioenfonds ter voor­koming van belangenconflicten en van misbruik en oneigenlijk gebruik van de bij het fonds aanwezige, vertrouwelijke informatie. Deze informatie betreft voor een belangrijk deel de beleggingstransacties namens het fonds.

  • Gepensioneerde

    Pensioengerechtigde voor wie het ouderdomspensioen is ingegaan.

  • Gewezen deelnemer

    De persoon van wie overeenkomstig het pensioenreglement de deelneming aan het pensioenfonds is geëindigd. De gewezen deelnemer bouwt niet meer op, maar houdt recht op de opgebouwde aanspraken.

H
  • Haalbaarheidstoets

    Een toets die ieder pensioenfonds jaarlijks moet uitvoeren en rapporteren aan toezichthouder De Nederlandsche Bank. De toets geeft aan in hoeverre het gevoerde beleid van een pensioenfonds overeenkomt met de risicohouding van het fonds. Als uit de toets blijkt dat bepaalde, door het bestuur vastgestelde, risiconormen niet worden gehaald dan bespreekt het pensioenfondsbestuur dit met de werkgever en de ondernemingsraad van de werkgever.

  • Herverzekering

    Het door een pensioenfonds geheel of gedeeltelijk onderbrengen van een pensioenregeling in een levensverzekeringsovereenkomst en/of het door een pensioenfonds onderbrengen van extra hoge risico’s bij een levensverzekeraar, zoals overlijdens- en invaliditeitsrisico’s van deelnemers.

I
  • Indexatie

    Zie: toeslagverlening.

K
  • Koopsom

    Een eenmalige betaling aan de uitvoerder van de pensioenregeling, waarvoor een bepaalde pensioenaanspraak wordt ingekocht.

  • Kostendekkende premie

    In het financieel toetsingskader gehanteerde term. Hiermee wordt bedoeld de premie die nodig is om de onvoorwaardelijke en voorwaardelijke onderdelen van de pensioenovereenkomst in dat jaar en voor de langere ­termijn na te komen. Deze premie bestaat kort samengevat uit de actuarieel benodigde premie voor de inkoop van het onvoorwaardelijk deel van de uit de pensioenovereenkomst voort­vloeiende pensioenverplichting, een opslag voor solvabiliteit, een opslag voor uitvoeringskosten en de ­actuarieel benodigde premie voor het voorwaardelijk deel van de pensioenovereenkomst.

L
  • Levensverwachting

    Het Actuarieel Genootschap berekent elke twee jaar hoe oud de Nederlandse bevolking gemiddeld wordt, de zogenoemde levensverwachting. Dit publiceert zij in een overlevingstafel. Hoe ouder mensen worden, des te langer krijgen ze pensioen uitgekeerd. Pensioenfondsen moeten bij hun pensioenberekeningen daarom rekening houden met de overlevingstafel.

M
  • Marktwaarde

    Waarde van een beleggingsobject als het op dat moment verkocht zou worden.

  • Middelloonregeling

    Bij dit type pensioenregeling is je pensioen gebaseerd op het salaris dat je gemiddeld verdient tijdens je loopbaan. Je bouwt elk jaar een stukje pensioen op. De hoogte van dit stukje hangt onder meer af van je jaarsalaris. Alle jaarlijks opgebouwde delen vormen samen je totale pensioen.

N
  • Nabestaandenpensioen

    Pensioen voor je partner en/of kinderen die je achterlaat als je komt te overlijden.

  • Nominale waarde

    De op het stuk (aandeel of obligatie) aangegeven waarde. Bij een koers van 100 (= 100%) is de prijs van het waardepapier gelijk aan de nominale waarde.

O
  • Obligaties

    Een lening van de overheid, een onderneming of een instelling die gekocht en verkocht kan worden. De eigenaar van een obligatie ontvangt rente.

  • Omkeerregeling

    Een belastingregel voor pensioenen. Deze regel houdt in dat tijdens de opbouw van pensioen er geen loonheffing wordt ingehouden op de daarvoor betaalde pensioenpremie. Daar staat tegenover dat de pensioenuitkering te zijner tijd wel onderworpen is aan loonheffing. Dit is meestal voordelig, omdat je na je pensioen in een lager belastingtarief valt.

  • Ondernemingspensioenfonds

    Een pensioenfonds verbonden aan een onderneming.

  • Opbouwpercentage

    Dit is het percentage van de pensioengrondslag dat je elk jaar aan pensioen opbouwt.

  • Optie

    Verhandelbaar recht om iets te kopen of te verkopen tegen een van tevoren vastgestelde prijs gedurende een van tevoren vastgestelde termijn.

  • Ouderdomspensioen

    De uitkering die je levenslang van een pensioenfonds ontvangt als je (in deeltijd) met pensioen gaat.

  • Over-/onderweging

    Een hoger of lager belang in een ­beleggingscategorie dan overeenkomt met de normverdeling van het pensioenfonds.

  • Overdrachtswaarde

    De ten behoeve van de waardeoverdracht vastgestelde waarde van de over te dragen pensioenaanspraken of pensioenrechten.

  • Overrendement

    Een pensioenfonds behaalt jaarlijks rendement op zowel haar pensioenverplichtingen als op haar beleggingsportefeuille. Het rendement op de pensioenverplichtingen is risicoloos (vergelijkbaar met de spaarrente op een bankrekening). Het rendement op de beleggingsportefeuille kent een zekere mate van risico (bij beleggingen in aandelen, obligaties etc.). Het verschil tussen het behaalde rendement op de (risicovolle) beleggingen en het risicoloze rendement van de pensioenverplichtingen is het overrendement.

P
  • Paritair bestuur

    Een bestuur dat is samengesteld uit vertegenwoordigers van alle belanghebbenden. Bij een pensioenfonds zijn dat werkgever, werknemers en pensioengerechtigden.

  • Partner

    Voor ons fonds is jouw partner de persoon met wie je bent getrouwd, een geregistreerd partnerschap bent aangegaan of samenwoont. Woon met directe familie (1ste graad) samen, dan wordt deze niet als partner beschouwt.

  • Partnerpensioen

    Een levenslange uitkering die bij overlijden van (oud-) deelnemers aan hun partner en eventuele ex-partner wordt verstrekt.

  • Pensioen

    Ouderdomspensioen, arbeidsongeschiktheidspensioen of nabestaandenpensioen zoals overeengekomen tussen werkgever en werknemer.

  • Pensioenaanspraak

    Het recht op een nog niet ingegaan pensioen, uitgezonderd overeengekomen voorwaardelijke toeslagverlening.

  • Pensioenfederatie

    Koepelorganisatie die de belangen behartigt van Nederlandse pensioenfondsen. De Pensioenfederatie is in 2010 voortgekomen uit de samenwerking van de koepels voor ondernemings- (OPF), beroeps- (UvB) en bedrijfstakpensioenfondsen (VB). 

  • Pensioenfonds

    Stichting Pensioenfonds Sligro Food Group

  • Pensioenfondsenrichtlijn

    Een richtlijn van de Europese Commissie (op initiatief van de Nederlandse Eurocommissaris Bolkestein) om ook met betrekking tot het aanvullende pensioenterrein te komen tot een interne markt zonder barrières. Doelstellingen als een vrij kapitaalverkeer en vrije dienstverlening krijgen op voornoemd beleidsterrein hun vertaling. Op grond van deze richtlijn kunnen pensioeninstellingen grensoverschrijdende activiteiten ontplooien waardoor het mogelijk wordt om Europese pensioenfondsen op te richten die de deelneming organiseren aan de verschillende pensioenregelingen in de diverse lidstaten waar een multinational een lokale vestiging heeft.

  • Pensioengrondslag

    Over dit salaris wordt je pensioenopbouw berekend. 

  • Pensioenrecht

    Het recht op een ingegaan pensioen uitgezonderd overeengekomen voorwaardelijke toeslagverlening.

  • Pensioenrichtleeftijd

    De uiterste leeftijd waarop (volgens het pensioenreglement) je ouderdomspensioen in moet gaan (67 jaar) en je premie betaalt bij ons fonds.

  • Pensioensparen

    Bij een pensioenspaarregeling is de beschikbare premie het uitgangspunt. De premie wordt bijgeschreven op een individuele pensioenspaarrekening. Het rendement op de te beleggen gelden (premies) wordt eveneens op de pen­sioenspaarrekening geboekt. Het uiteindelijk gevormde pensioenspaarkapitaal is vervolgens beschikbaar voor inkoop van pensioen(en) op basis van individuele wensen van de deelnemer.

  • Performance

    Het rendement dat is behaald met beleggingen.

  • PPI

    Afkorting voor Premie Pensioen Instelling. Een organisatie die alleen beschikbare premieregelingen uitvoert.

  • Premiedemping

    Een methode om schommelingen te voorkomen bij de vaststelling van de pensioenpremie.

  • Premievrije aanspraken

    Indien het deelnemerschap aan een pensioenregeling eindigt, anders dan door overlijden of het bereiken van de pensioenleeftijd, verkrijgt de gewezen deelnemer een premievrije aanspraak op ouderdoms- en nabestaandenpensioen. Een andere vorm van premievrije aanspraak is het bijzonder partnerpensioen dat de gewezen partner ontvangt bij scheiding/einde partnerschap.

  • Prepensioen

    Een (tijdelijk) vroegpensioen dat voorafgaand aan het (levenslang) ouderdomspensioen wordt uitgekeerd, tot uiterlijk de 65-jarige leeftijd.

  • Prognosetafel

    Het Actuarieel Genootschap (AG) publiceert elke twee jaar een prognosetafel. Daarin wordt een voorspelling gedaan van hoe oud mensen in Nederland gemiddeld kunnen worden. Het pensioenfonds gebruikt deze cijfers om te berekenen hoe lang het fonds naar verwachting pensioenen moet uitkeren aan deelnemers.

  • Prudentieel toezicht

    Bedrijfseconomisch toezicht dat zich met name richt op de handhaving c.q. waarborging van de financiële soliditeit van het pensioenfonds. Dit type toezicht berust bij De Nederlandsche Bank. Prudentieel toezicht onderscheidt zich van effectentypisch gedragstoezicht dat wordt uitgeoefend door de Autoriteit Financiële Markten.

  • PW

    Afkorting voor Pensioenwet. In deze wet staat hoe de pensioenopbouw via je werkgever georganiseerd moet worden.

R
  • Rekenrente

    Een (wettelijk) door De Nederlandsche Bank voorgeschreven rentepercentage, afgeleid van de marktrente. Met deze voorgeschreven rekenrente bepaalt een pensioenfonds de waarde van zijn toekomstige pensioenuitkeringen.

  • Rendement

    Het resultaat op beleggingen. Bij een positief rendement worden beleggingen meer waard. Bij een negatief rendement worden beleggingen minder waard.

  • Risicohouding

    De mate waarin het pensioenfonds risico’s wil nemen. Een pensioenfondsbestuur bepaalt zijn risicohouding in overleg met de sociale partners en overige fondsorganen. Het bestuur baseert zich daarbij op de kenmerken van het pensioenfonds, zoals de gewenste premiestijging, kans op toeslagverlening, het maximaal acceptabele niveau van kortingen en het gewenste beleggingsbeleid. De risicohouding wordt ingevuld voor de korte en de lange termijn en vastgelegd in de ABTN.

  • Risicomanagement

    Voor een bestuur van het pensioenfonds is het belangrijk om alle relevante risico’s te kennen die het pensioenfonds mogelijk loopt. Daarom inventariseert het bestuur deze risico’s om inzicht te krijgen, de risico’s te beheersen en eventueel passende maatregelen te nemen. Dat is het risicomanagement.

  • RTS

    Afkorting voor Rentetermijnstructuur. De rentecurve waarin rentes per looptijd zijn weergegeven. Met de RTS worden de verplichtingen van een pensioenfonds berekend. Deze RTS is dus belangrijk bij het berekenen van de dekkingsgraad en de premie.

S
  • Scheiding

    Voor ons fonds is sprake van scheiding als jouw partner niet meer voldoet aan de definitie, zoals vastgelegd in ons pensioenreglement. Behalve echtscheiding en het stoppen van de wettelijke partnerregistratie, gaat het om scheiding van tafel en bed en beëindiging van het samenwonen.

  • Solvabiliteit

    Solvabiliteit geeft antwoord op de vraag of het pensioenfonds genoeg vermogen heeft om zijn financiële verplichtingen te voldoen. Kortom: is er genoeg geld om alle pensioenen te (blijven) betalen?

  • Standaard pensioendatum

    De 1ste dag van de maand waarin je de AOW-leeftijd bereikt.

  • STAR

    Afkorting voor Stichting van de Arbeid. Overlegorgaan van centrale organisaties van werkgevers en werknemers. Dit is ook een adviesorgaan van het kabinet op sociaal en arbeidsvoorwaardelijk terrein.

T
  • Toeslag

    Een verhoging van een pensioen of een aanspraak op pensioen, die is gebaseerd op een in het pensioenreglement omschreven regeling.

  • Toeslagverlening

    Het verhogen van je (opgebouwde) pensioen. Toeslagverlening voorkomt dat je pensioen in waarde daalt. De kosten van levensonderhoud stijgen namelijk met de jaren.

  • Total return

    Het totaalrendement op beleggingen zijnde de directe en de indirecte beleggingsopbrengsten.

U
  • UFR

    Afkorting voor Ultimate Forward Rate. Een door De Nederlandsche Bank (DNB) vastgestelde rente die gebruikt wordt om de rekenrente te bepalen die een pensioenfonds moet gebruiken om de pensioenverplichtingen te waarderen. Deze rente moeten pensioenfondsen hanteren bij het berekenen van de beleidsdekkingsgraad.

  • Uitruil

    De mogelijkheid om de ene pensioensoort om te zetten in een andere, bijvoorbeeld een gedeelte van je ouderdomspensioen in partnerpensioen of omgekeerd.

  • Uitvoeringsovereenkomst

    De overeenkomst tussen een werkgever en een pensioenfonds over de uitvoering van de pensioenregeling.

  • UPO

    Afkorting voor Uniform Pensioenoverzicht. Dit is je persoonlijke pensioenoverzicht dat je jaarlijks van ons pensioenfonds ontvangt.

V
  • Vastrentende waarden

    Hypotheken, leningen op schuldbekentenis en obligaties.

  • Verevening

    Een manier om uw ouderdomspensioen te verdelen met uw ex-partner bij een scheiding.

  • Verzekeringstechnische analyse en risico’s

    In de verzekeringstechnische analyse (ook wel actuariële analyse genoemd), wordt door de actuaris de invloed verklaard van opgetreden verschillen tussen de gehanteerde actuariële grondslagen en werkelijke ontwikkelingen. Bij het verzekeren van pensioenaanspraken loopt een pensioenfonds een langlevenrisico voor het ouderdomspensioen als verzekerden langer leven dan volgens de gebruikte overlevingstafel wordt verwacht. Voor het nabestaandenpensioen loopt het fonds een kortlevenrisico als de verzekerden korter leven dan volgens de overlevingstafel wordt verwacht. Ook het invaliditeitsrisico kan tot de verzekeringstechnische risico’s van pensioenfondsen worden gerekend.

  • Volatiliteit

    De beweeglijkheid van beurskoersen.

  • Voorziening pensioenverplichtingen

    De totale waarde van alle uit te keren pensioenen, nu en in de (verre) toekomst voor zover die op dat moment zijn opgebouwd.

  • VPL

    VUT, Prepensioen en Levensloop

W
  • Waardeoverdracht

    Een ander woord voor het meenemen van je pensioen van de pensioenuitvoerder van je oude werkgever naar het pensioenfonds (of verzekeraar) van je nieuwe werkgever.

  • WAO

    Afkorting voor Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

  • Werkgever

    Sligro Food Group Nederland B.V.

  • Wezenpensioen

    Een tijdelijke uitkering die na je overlijden wordt verstrekt aan je kinderen.

  • WIA

    Afkorting voor Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Een uitkering van de overheid voor mensen die arbeidsongeschikt zijn.

  • Witteveenkader

    De Belastingregels waar pensioenfondsen zich aan moeten houden in hun beleid rondom pensioenregelingen.

  • WVPS

    Afkorting voor Wet Verevening Pensioenrechten bij Scheiding.

Z
  • Zakelijke waarden

    Een verzamelnaam voor beleggingen in onder andere aandelen, obligaties die in aandelen omgezet kunnen worden en/of onroerend goed (huizen, kantoren). Omdat deze beleggingen relatief snel meer of minder waard kunnen worden, vallen ze in de categorie risicodragende beleggingen.